Het gedicht ‘Over drie soorten van lachen’ van Herman De Coninck gaat over lachen, glimlachen, giechelen en schateren. Het gedicht verteld iets meer over de evolutie van iemand zijn lach. Wanneer je jong bent giechel je meer, wanneer je dertig bent schater je volgens de dichter en wanneer je vijftig bent lach je om het gedicht dat hij geschreven heeft.
De vorm van het gedicht heeft geen speciale kenmerken. Er zit geen rijm in, maar wel veel herhalingen, assonanties en alliteraties. Er zit ook wat humor in het gedicht, vooral in de laatste strofe.
Het is een grappig gedicht, met een dubbelzinnige betekenis bij sommige verzen. Het zet je aan het denken, of bepaalde dingen die er in voor komen ook zo zijn in het echt. Voor de rest is dit gedicht niet zo speciaal qua vorm en inhoud.
Laura Cluyts
2 reacties so far ↓
Eva // maart 26, 2009 bij 8:54 am |
Het is een kei mooi en schattig gedichtje. Ik vind je intonatie ook heel goed. Spijtig van de kwaliteit maar daar kan je niet zo veel aan doen. Misschien een beetje minder dicht tegen de micro spreken.
Sofie // maart 26, 2009 bij 9:01 am |
Als je de commentaar op het gedicht leest, verwachtte ik een mooi gedicht. Maar eigenlijk viel het een beetje tegen.
Op sommige momenten was je niet altijd even goed verstaanbaar. Het tempo was vrij goed.
TIP:
In het vervolg misschien iets meer articuleren.
Groetjes,
Sofie